Keuringsattest: Koninklijk Besluit

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard, tot wijziging van artikel 276 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties en tot invoeging van een artikel 276bis in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties.

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening, artikel 21, 1°;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 juli 1992 en 22 december 1994, artikel 3;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 april 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard en tot wijziging van artikel 276 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 december 2006 en 7 juni 2007;

Gelet op het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, gevoegd bij het voornoemd koninklijk besluit van 10 maart 1981, artikel 276;

Gelet op het advies van het Vast Elektrotechnisch Comité, gegeven op 13 juni 2008;
Gelet op de adviezen 39.606/3, 41.685/3 en 42.813/3 van de Raad van State, respectievelijk gegeven op 11 januari 2006, 13 december 2006 en 3 mei 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister Klimaat en van Energie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard, wordt aangevuld met het volgende lid :
« De in artikel 1 genoemde bepalingen alsook de artikelen 276bis tot 279 van hetzelfde Algemeen Reglement zijn mede van toepassing op de oude elektrische installaties van een wooneenheid met lage of zeer lage netspanning, met uitzondering van kloosters, hospitalen, gevangenissen, rusthuizen, pensionaten, hotels en onderwijsinstellingen, waarvan de aanleg is aangevat vóór 1 oktober 1981 en die het voorwerp uitmaken van een verkoop. ».

Art. 2. In artikel 276 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties wordt vóór de bestaande tekst van het tweede lid een zin ingevoegd luidende : « Iedere aanvraag tot verzwaring van de aansluiting wordt vergezeld van het proces-verbaal van onderzoek van de elektrische installatie. ».

Art. 3. Een artikel 276bis, luidend als volgt, wordt in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties ingevoegd :
« Art. 276bis - Controleonderzoek van laagspanningsinstallaties bij de verkoop van een wooneenheid
01. Toepassingsgebied
Dit artikel is van toepassing op de verkoop van een wooneenheid :

  • met een oude elektrische installatie waaraan sedert 1 oktober 1981 geen belangrijke wijzigingen of aanzienlijke uitbreidingen zijn aangebracht;
  • met een oude elektrische installatie waaraan sedert 1 oktober 1981 belangrijke wijzigingen of aanzienlijke uitbreidingen zijn aangebracht maar waarvan het gedeelte dat dateert van vóór 1 oktober 1981 nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een controleonderzoek.

Voor de toepassing van dit artikel worden niet als wooneenheid beschouwd :

  • kloosters;
  • hospitalen;
  • gevangenissen;
  • rusthuizen;
  • pensionaten;
  • hotels,
  • onderwijsinstellingen.

Indien de wooneenheid deel uitmaakt van een regime van mede-eigendom gelden de hierna vermelde bepalingen enkel voor wat betreft de privatieve delen van de betrokken wooneenheid. Daarenboven zijn deze bepalingen evenmin van toepassing op garages, parkings, berg- en andere ruimten die deel zijn van de wooneenheid maar waarvan de elektrische installatie wordt gevoed via een elektriciteitsmeter op naam van de mede-eigenaars of van de vereniging van mede-eigenaars.

Deze bepalingen zijn evenmin van toepassing op wooneenheden die het voorwerp uitmaken van een onteigening.

02. Modaliteiten van het controleonderzoek

a) Verplichtingen
Bij de verkoop van een wooneenheid als bedoeld in 01, is de verkoper verplicht :

  • een controleonderzoek van de elektrische installatie te laten uitvoeren;
  • de datum van het proces-verbaal van het controleonderzoek en het feit van de overhandiging van dit proces-verbaal in de authentieke akte te doen vermelden.

Indien de verkoper en koper overeenkomen dat een controleonderzoek van de elektrische installatie overbodig en nutteloos is omdat de koper het gebouw gaat afbreken of de elektrische installatie volledig gaat renoveren is de verkoper verplicht dit akkoord in de authentieke akte te doen vermelden.

De verkoper is verplicht in de authentieke akte te doen vermelden dat de koper de Algemene Directie Energie, Afdeling Infrastructuur schriftelijk moet informeren van de afbraak van het gebouw of van de volledige renovatie van de elektrische installatie. Deze laatste maakt aan de koper een dossiernummer over en verzoekt hem haar een proces-verbaal van controle toe te zenden van zodra de nieuwe elektrische installatie in gebruik wordt genomen.
In het geval van onmogelijkheid om de controle te laten uitvoeren bij een door gerechtelijke beslissingen bevolen verkoop is diegene die de verkoop vordert verplicht in de authentieke akte of in het proces-verbaal van openbare toewijzing de afwezigheid te doen vermelden van het controleonderzoek van de elektrische installatie en het belang voor de koper om tot deze controle de laten overgaan.

In het geval van een controleonderzoek met een negatief proces-verbaal als gevolg is de verkoper verplicht in de authentieke akte de verplichting voor de koper te doen vermelden zijn identiteit en de datum van de akte van verkoop schriftelijk mee te delen aan het erkend organisme dat het controleonderzoek van de elektrische installatie heeft uitgevoerd.

Na deze melding heeft de koper de vrije keuze om een erkend organisme aan te stellen voor een nieuw controleonderzoek om na te gaan of na de afloop van de termijn van 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van de akte van verkoop, de overtredingen verdwenen zijn.

Indien de koper een ander erkend organisme aanstelt dan licht dit organisme het erkend organisme dat het eerste proces-verbaal van controleonderzoek heeft opgesteld hierover in.

Indien er tijdens dit nieuw controleonderzoek wordt vastgesteld dat er nog overtredingen overblijven zijn de voorschriften van artikel 274.02 van toepassing.

b) Geval van afbraak of volledige renovatie
Bij een afbraak van het gebouw of een volledige renovatie van de elektrische installatie zijn de bepalingen van artikel 270 van toepassing.

c) Voorwerp van het controleonderzoek
Het controleonderzoek heeft tot doel de gelijkvormigheid van de elektrische installatie vast te stellen met :

  • de voorschriften van dit reglement die erop betrekking hebben, met uitzondering van het artikel 278, voor het gedeelte waarvan de aanleg was aangevat na 30 september 1981;
  • de voorschriften van artikelen 1 tot 279 die erop betrekking hebben voor het gedeelte waarvan de aanleg was aangevat vóór 1 oktober 1981.

Art. 4. Dit besluit is van toepassing op :
1° verkopen uit de hand waarvan de onderhandse verkoopovereenkomst wordt gesloten na de inwerkingtreding van dit besluit;
2° openbare verkopen waarvan de verkoopsvoorwaarden worden opgesteld na de inwerkingtreding van dit besluit en op voorwaarde dat de eerste zitdag minstens één maand na de inwerkingtreding van dit besluit plaatsvindt.

Art. 5. Het koninklijk besluit van 1 april 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 maart 1981 waarbij het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard en tot wijziging van artikel 276 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 december 2006, wordt opgeheven.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2008.

Art. 7. Onze Minister bevoegd voor Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Terracina, 25 juni 2008.
ALBERT
Van Koningswege, De Minister van Klimaat en Energie,
P. MAGNETTE

« vorige

   
 

d-plan
info@d-plan.be

T/F 054 422 966
GSM 0476 987 436

Onkerzelestraat 56
9500 Geraardsbergen

BTW BE 0867788031
ERKENNINGSNR.
KBC BANK 737-0137854-60
 
     
artMania webdesign